
Bijbelstudies
- 10 Redenen waarom wij bidden...
- De tijdperken en gebeurtenissen ...
- Een koningin gezocht
- 10 Redenen waarom God mens werd...
- Een allernieuwst testament...
- De betekenis van kerstmis...
- Het Wonder Van Het Pinkstergebeu...
- Het Wonder Van Het Pinkstergebeu...
- Verkondigt alle landen
- Leven uit de rechtvaardigmaking...
- Leviticus
- Een vreemd antwoord
- Is dat nu een God van liefde...
- MATTHEUS
- JOHANNES 3:16
- De feesten des HEREN
- Goddelijke geheimen uit Galaten...
- De gouden keten
- Getuige worden van Zijn opstandi...
- Pasen - en dan
- Hij is het
- Consequenties van het grote kers...
- Flakkerende kaarsjes of een vlam...
- KERSTFEEST - maar nu eens een ke...
- Is het geen waanzin om te zingen...
- Kerstfeest: Oorlogfeest! (1968)...
- ADVENT - In het licht van het ni...
- Voor die engelen was het maar ge...
- ADVENT - En het geheim van een a...
- Opwekkingen in de bijbel Hizkia...
- Ezra - opwekkingen in de bijbel...
- Hemelvaart - Het machtige feest ...
- Pinksteren en de gemeenschap van...
- Pinksteren en de gemeenschap van...
- Redding of Roeping
- Hemelvaart - De grootste der chr...
- Hemelvaart - Christus leeft in m...
- Hemelvaart - Een mens op Gods Tr...
- Hemelvaart - De verheerlijkte He...
- De Beker
- De Tabernakel
- De toekomst begint vandaag!...
- Judas en ik...
- Mozes een teleurgesteld man...
- Kerstfeest en onze frustraties!...
- Het geloof van Herodes!...

Bijbelstudie: 10 Redenen waarom wij bidden
HOOFDSTUK 1
U behoort toch niet tot de mensen die het geloof zien als het zoeken in een stikdonkere kamer naar een zwarte kat, die er niet is?
Hopelijk niet! Want dan zal voor u het gebed niet anders zijn dan het wegslingeren van S.O.S. signaal in de oneindige ruimte, met heel weinig hoop dat het ooit ergens wordt opgevangen en – zo mogelijk – nog minder hoop dat er ooit een antwoord op zal komen.
Tja, het is wel heel merkwaardig hoe totaal verschillend de mensen reageren kunnen op dat simpele woord: gebed. Voor de één betekent het volslagen niets, voor de ander betekent het de grootste rijkdom van zijn leven.
Ons onderwerp is: 10 redenen waarom wij bidden! Hoe rijk en veelzijdig het gebedsleven wel is, blijkt uit de vele aspecten ervan. Laten we dan beginnen met eerst 10 aspecten te noemen; daarna kunnen we op elk ervan afzonderlijk ingaan.
Deze aspecten zijn:
- Het gebed als capitulatie
- Het gebed als verootmoediging
- Het gebed als schuldbelijdenis
- Het gebed als bede om hulp
- Het gebed als voorbede
- Het gebed als geestelijke strijd
- Het gebed als gemeenschap met God
- Het gebed als dankzegging
- Het gebed als lofprijzing
- Het gebed als aanbidding
1. Het gebed als capitulatie
a. Het gebed vooronderstelt een relatie met God
b. Is onze relatie tot God: vriend of vijand?
c. Door capitulatie wordt de vijand een vriend
a. Het gebed vooronderstelt een relatie met God
Wanneer wij tot God willen bidden, moet onze eerste vraag zijn: wat is mijn relatie tot Hem?
Om duidelijk te maken wat we er mee bedoelen, een klein voorbeeld. Neem aan dat we op straat lopen, diep gebukt onder een groot probleem. We zitten in financiële moeilijkheden en hebben op stel en sprong 1000 gulden nodig . Maar waar moet dat geld dan toch vandaan komen? We pijnigen onze hersens tot het uiterste. Wat toch te doen? Maar kijk, daar loopt iemand die de indruk wekt zo’n bedrag te kunnen missen. Zullen we hem even aanschieten en vragen of hij ons dat bedrag wil geven?
Nee, natuurlijk doen we dat niet. Die ander is een volslagen vreemde voor ons. Hij zou alleen maar denken dat we krankzinnig waren!
Maar wacht even, daarginds loopt iemand die we wel kennen, heel goed kennen zelfs! Hij is namelijk de grootste vijand die we hebben. Enkele dagen geleden hebben we nog de grootste ruzie met hem gehad. Zullen we die dan even aanspreken en vragen of hij ons die 1000 gulden kan geven?
Nee, ook dat doen we uiteraard niet. Dat zou helemaal verkeerd kunnen uitpakken!
Wat dan? Als we nu eens werkelijk een echt goede vriend tegenkwamen, iemand die ons graag zou willen helpen en het ook gemakkelijk doen kon, ja, dan zouden we misschien de moed kunnen opbrengen om hem ons probleem voor te leggen.
Dat waren dan drie relaties:
- vreemde
- vijand
- vriend
En het al of niet krijgen van dat geld dat we nodig hebben, hangt in de allereerste plaats af van onze relatie tot de betrokken persoon.
Zo vooronderstelt ook het gebed een relatie met God.
b. Is onze relatie tot God: vriend of vijand?
Wanneer wij tot God willen bidden, dienen we ons dus in de allereerste plaats wel de vraag te stellen hoe onze relatie is tot Hem.
Daar heb je nu bijvoorbeeld mijnheer N. Altijd is hij zijn eigen gang gegaan in het leven en heeft hij zich weinig aangetrokken van zijn Schepper. God is voor hem een vreemde. Maar nu is hij helemaal vastgelopen, hij ziet geen enkele uitweg uit de problemen en nu wil hij het ook eens proberen met ‘bidden’.
Mag zo iemand dan zo zonder meer op Gods hulp rekenen?
Laten we dit even van dichterbij bekijken. Hoe is de relatie van mijnheer N tot de Heer? Als we aan hem vragen of hij God kent als zijn vriend, wat zegt hij dan? Hij zal eerlijk toegeven dat God een vreemde voor hem is. Dan vragen we hem of hij een vijand is van God. Nee, nee, deze gedachte wijst hij met verontwaardiging van de hand. De Heer mag dan wel een vreemde voor hem zijn geweest, maar een vijand, nee, dat nooit!
Tja, en hier maakt mijnheer N nu precies zijn allergrootste fout! Hij moet gaan inzien dat hij wel degelijk een vijand van God is!
Immers, hij heeft al die jaren, door zijn eigen gang te gaan, door zich niets aan te trekken van zijn Schepper, de Heer beroofd van wat Hem rechtens toekwam. Als Schepper heeft God alle recht op ons leven. Wanneer we nu dat recht negeren, beroven we God!
Dan komt er ook dit bij: er zijn slechts twee geestelijke koninkrijken:
? het Koninkrijk Gods en
? het rijk van de duisternis.
Elk van ons is òf in het ene, òf in het andere rijk. Als mijnheer N zegt geen vriend, maar ook geen vijand van God te zijn, denkt hij blijkbaar in een soort geestelijk niemandsland te zitten. Maar zo’n niemandsland bestaat er niet!
Jezus heeft het met deze woorden gezegd:
Mattheüs 12:30 Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.
Dat de mens van nature een vijand van God is, blijkt ook uit de volgende woorden van Paulus, die hij aan de Corinthiërs schrijft:
2 Corinthiërs 5:20 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen!
Dat woord verzoenen hier betekent, het bijleggen van een vijandschap tussen personen. Door die woorden: laat u met God verzoenen! geeft Paulus aan, dat de mens in wezen (van nature) een vijand van God is en op voet van oorlog staat met zijn Schepper.
Het is ook zonder meer duidelijk, dat je niet als vijand naar God toe kunt gaan om hulp van Hem te vragen. Mijnheer N kan niet zomaar even over heel het verleden heenstappen, naar God toe gaan, alsof er niets aan de hand is en Zijn bijstand afsmeken! Er zal wel degelijk eerst iets moeten gebeuren. Hij zal zich allereerst met God moeten verzoenen!
We hebben dan gezien dat het gebed een relatie met God vooronderstelt. We hebben nu ook gezien, dat hij die voor het eerst tot God komt, zich bewust dient te zijn aan de verkeerde kant te staan en een vijand van God te zijn.
Dan komen we tot ons laatste punt:
c. Door capitulatie wordt de vijand een vriend
Gelukkig weet Paulus ons niet alleen te vertellen dat we van nature vijanden van God zijn, maar hij weet ons ook te zeggen, dat wij:
Romeinen 5:10 ... toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons ...
Door het offer van de Here Jezus Christus is die enorme kloof overbrugd en is het mogelijk geworden dat de ergste vijanden veranderd worden in vrienden van God. Nu is de vraag alleen nog maar: hoe kan dit gebeuren?
Het antwoord is: door capitulatie. Als men liever een ander woord wil kan men ook het woord bekering of overgave gebruiken.
Jezus heeft sterk op deze noodzaak gewezen. Hij heeft niet alleen gezegd: Gelooft het evangelie! Nee, Hij heeft gezegd: Bekeert u, en gelooft het evangelie.
Wie voor het eerst tot God komt, begint niet met God om hulp te vragen, nee, hij begint met te erkennen aan de verkeerde kant te hebben gestaan, hij breekt met die verkeerde kant en hij geeft zich over aan de Heer.
Dit waren dan enkele dingen in verband met het eerste aspect van het gebed, namelijk capitulatie. Hierna hopen we met de andere aspecten verder te gaan. Maar laten we vooral véél bidden! Op grond van deze nieuwe relatie mogen wij rijke verhoringen verwachten!
Mattheüs 7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden!
Zullen we er dan eerst voor zorgen héél zeker te weten kinderen van die Vader te zijn en zullen we dan veel gebruik maken van dit allergrootste aller voorrechten: als kind tot de Vader te komen?!
Johannes 1:12 ... allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn Naam geloven; ...
Voorbeelden van gebed, dat niet wordt verhoord.
We hebben gezien hoe de verhoring van ons gebed afhangt van onze relatie tot de Heer. Hier zijn enkele voorbeelden van gebeden die niet konden worden verhoord vanwege het ontbreken van de goede relatie.
In de tijd van Jesaja was er veel godsdienstigheid, veel gebed zelfs, maar de relatie van het volk tot de Heer deugde niet. Denk alleen maar aan de bekende woorden:
Jesaja 29:13 Omdat dit volk Mij slechts met woorden nadert en met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is ...
Daarom zegt de Heer:
Jesaja 1:12 Wanneer gij komt om voor mijn aangezicht te verschijnen – wie heeft dit van u verlangd mijn voorhoven plat te treden?
Jesaja 1:15 Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor ik niet; ...
In de tijd van Jeremia, lezen we over de toestand van Israël het volgende:
Jeremia 2: 27b, 28 ... zij keren Mij de nek toe en niet het aangezicht; maar ten tijde van hun rampspoed zeggen zij: Sta op en verlos ons! Waar zijn dan uw goden die gij u gemaakt hebt? Laten die opstaan, of zij u kunnen verlossen ten tijde van uw rampspoed; want even talrijk als uw steden zijn uw goden geworden, o Juda!
Tot de profeet Jeremia sprak de Heer:
Jeremia 7:16 Gij nu, bid niet voor dit volk; zend voor hen geen smeking op en geen gebed, en dring niet bij Mij aan, want Ik hoor naar u niet.
Jeremia 11:14 Gij nu, bid niet voor dit volk; zend voor hen geen smeking op en geen gebed, want Ik luister niet, wanneer zij tot Mij zullen roepen om hun rampspoed.
Jeremia 14:11,12 En de Here zei tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede; al vasten zij, Ik hoor niet naar hun geroep, en al brengen zij brandoffer en spijsoffer, Ik heb in hen geen behagen, maar door het zwaard, de honger en de pest maak Ik een einde aan hen.
Jeremia 15:1 ... de Here zei tot mij: Al stond Mozes met Samuel voor Mij, dan zou mijn ziel zich toch niet tot dit volk neigen: weg met hen, uit mijn ogen, laat hen heengaan!
De psalmist zegt van de onrechtvaardige zelfs dit:
Psalm 109:7 ... zijn gebed worde tot zonde ...
Salomo zegt:
Spreuken 28:9 Wie zijn oor afwendt van het horen der wet, diens gebed zelfs is een gruwel.
Ook in het Nieuwe Testament hebben we voorbeelden van mensen, die wel bidden, maar geen relatie hebben met de Heer. Neem deze woorden eens:
Mattheüs 6:5 En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. ... Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds.
Mattheüs 6:7 En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
We hebben er een voorbeeld van hoe een onjuiste relatie met de medemens de relatie met de Heer kan verstoren en daardoor de verhoring van ons gebed in de weg staan:
1 Petrus 3:7 ... gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen ... opdat uw gebeden niet belemmerd worden.
Voorbeelden van gebed, dat wel wordt verhoord
Wanneer we alleen de hiervoor gegeven teksten zouden lezen, zouden we een eenzijdig en totaal verkeerd beeld kunnen krijgen. Paulus schrijft in:
Romeinen 11:22 Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen strengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft ...
Genoemde teksten hiervoor hebben ons Gods gestrengheid laten zien. Hierna volgen enkele passages, die ons de andere kant, de goedertierenheid tonen.
Nadat in Deuteronomium 28 de zegen en de vloek waren uitgesproken, lezen we het volgende over Israël in:
Deuteronomium 30:1,2 Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de Here, uw God, u verdreven heeft, en wanneer gij u dan tot de Here, uw God, bekeert en naar Zijn stem luistert overeen¬kom¬stig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel – dan zal de Here, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de Here, uw God, u verstrooid heeft.
De profeet Jeremia heeft geprofeteerd in de tijd van de Babylonische wegvoering. In het Bijbelboek naar hem genoemd, staan zeer scherpe en tragische aanklachten tegen het volk van God. Enkele ervan hebben we zoëven al gezien. Maar er is ook een andere kant: via Zijn dienstknecht Jeremia zien we veel van het gebroken hart van God. Neem alleen maar even die dringende roepstem: Keer weder tot Mij ...
Jeremia 3:6,7 De Here zei tot mij ten tijde van koning Josia: Hebt gij gezien wat Afkerigheid, Israël, gedaan heeft? ... En Ik zei, nadat zij dit alles gedaan had: Keer weder tot Mij; maar zij keerde niet weder ...
Jeremia 3:12-14 Ga heen en roep deze woorden uit naar het Noorden en zeg: Keer weder, Afkerigheid, Israël, luidt het woord des Heren, Ik zal u niet donker aanzien, want Ik ben genadig, luidt het woord des Heren, Ik zal niet altoos blijven toornen. Alleen erken uw ongerechtigheid, dat gij van de Here, uw God, zijt afgevallen ... Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik ben Heer over u ...
Jeremia 3:21,22 Hoor, op de kale heuvels klinkt wenend smeken van de kinderen Israëls, omdat zij hun weg verkeerd gekozen hebben, de Here, hun God, hebben vergeten. ‘Keert weder, afkerige kinderen, Ik zal uw afdwalingen genezen’.
Hem nu, die ... bij machte is te doen wat wij bidden ...
Hem nu, die ... bij machte is te doen wat wij bidden of beseffen ...
Hem nu, die ... bij machte is meer te doen dan wij bidden of beseffen ...
Hem nu, die ... bij machte is veel meer te doen dan wij bidden of beseffen ...
Efeze 3:20,21 Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid!
HOOFDSTUK 2
1. Het gebed als capitulatie (vervolg)
Van de beroemde Britse admiraal Nelson wordt het volgende verteld. Eens toen hij slag geleverd had tegen de Franse vloot en deze had verslagen, werd de gevangen genomen Franse admiraal op het Britse vlaggenschip gebracht, op het schip van Nelson dus. De Franse admiraal zag zijn tegenstander staan, liep in een hautaine houding op hem af en stak hem de hand toe. Nelson keek hem aan en zei alleen maar: Eerst uw zwaard! Nadat de overwonnene zijn zwaard had overhandigd, kreeg hij van Nelson een hand.
Zoals de Franse admiraal deed tegenover Nelson, zo doen vele mensen tegenover God. We hebben dus gezien: men heeft zonder God geleefd. God was een vreemde. Erger nog, men heeft God te kort gedaan, benadeeld, men stond aan de verkeerde kant en men was dus in wezen een vijand van God. Sommige mensen hebben ook hard tegen God gevochten! Als men dan vastgelopen is en geen uitweg meer ziet, gaat men proberen of men bij God hulp kan vinden. Men steekt – om zo te zeggen – God de hand toe, alsof zoiets zonder meer gaat.
En zie het wonder: God Zelf steekt ons de hand toe! Hij nodigt ons uit tot Hem te komen. Hij wil ons graag helpen! Maar ... maar ... Hij zegt wel:
- eerst uw zwaard!
- eerst: Bekeert u.
- dan pas: Gelooft het evangelie!
Dit is het begin van ons geestelijk leven:
- erkennen aan de verkeerde kant te hebben gestaan
- de wapens neerleggen en
- ons overgeven aan de Heer
Daarom noemen we in verband met ons onderwerp 10 Redenen waarom wij bidden, eerst de capitulatie, de bekering, ofwel: 2 Corinthiërs 5:20 ... laat u met God verzoenen.
Nu zal iemand al heel gauw bereid zijn om toe te geven dat God een vreemde voor hem is, maar dat hij een vijand van God zou zijn, nee, dat gaat de meesten toch te ver! Maar denk eens even na over het volgende. Horen we niet heel erg vaak zeggen: Is dat nu een God van liefde die al die ellende toelaat? Of: Als er een almachtige God is, kan Hij dan geen einde maken aan al die oorlogen? En zo wordt God voortdurend door ons beschuldigd.
Jawel, maar als we leven in een tijd van hoogconjunctuur, als we gezond zijn, voorspoed hebben en overvloed, zeggen we dan ook even vaak: Wat is God liefdevol, dat Hij ons zoveel goeds doet toekomen?
Nee, helemaal niet. De mens staat voortdurend klaar om God te beschuldigen, maar God danken, ho maar. En wat horen we meer om ons heen: dat Zijn Naam wordt geloofd of dat Zijn Naam wordt gelasterd?
Dat de mens van nature een vijand van God is, is heus niet alleen maar een stelling uit de christelijke dogmatiek ? het is een uiterst reëel feit!
Vanzelfsprekend kan men op een goddeloze manier of op een zeer godsdienstige manier een vijand van God zijn. Ook hier raken de uitersten elkaar: de atheïst en de schriftgeleerde! Laten we nooit vergeten, dat Jezus door de allermeest godsdienstige mensen van Zijn tijd is vermoord!
Of iemand dan goddeloos is geweest of zogenaamd godsdienstig, in beide gevallen heeft hij aan de verkeerde kant gestaan totdat hij werkelijk met zijn hart voor de Heer heeft gecapituleerd. Daarom is een radicale bekering altijd de eerste stap, voor wie dan ook. En als iemand niet zeker weet of hij dat gedaan heeft, dan dadelijk doen! Beter een keer te veel dan helemaal niet!
Een capitulatie voor de Heer dient wel gepaard te gaan met verootmoediging en schuldbelijdenis. Daarom ook een enkel woord daarover.
2. Het gebed als verootmoediging
De Franse admiraal had de slag verloren. Hij wist, dat hij verloren had. Toch verhinderde zijn trots hem om in een deemoedige houding tot Nelson te komen, in een houding die een overwonnene past. Hij wilde zijn vijand wel de hand geven, maar hij wilde op zijn eigen stuk blijven staan. Hij wilde het doen als gelijke tegenover gelijke en niet als overwonnene tegenover de overwinnaar. Het was een uiterst pijnlijk moment toen hij eerst zijn zwaard moest afgeven. Een mens vindt het altijd erg om overwonnen te worden ? hij vindt het nog veel erger om zijn nederlaag openlijk te moeten erkennen.
Dus nogmaals: de allereerste stap om te komen tot een juiste relatie met de Heer, is de stap van capitulatie of bekering, gepaard met verootmoediging en belijdenis van zonde en schuld.
O, wat druist dit tegen de menselijke natuur in. Immers hoogmoed is de oerzonde en heel onze menselijke natuur is van deze stinkende hoogmoed doortrokken. Of, zoals iemand eens heel plastisch zei: In elk een van ons leeft er genoeg hoogmoed om een heel zeeschip tot zinken te brengen!
Wie voor de Heer capituleert, mag dat uiteraard niet doen in een zelfgenoegzame of hautaine houding. Wanneer we erkennen zondaar te zijn, wanneer we erkennen aan de verkeerde kant te hebben gestaan, een vijand van God te zijn geweest, dan past daar uiteraard geen enkele andere houding bij dan een van diepe verootmoediging.
Wie heel ver van God en diep in de vuiligheid heeft geleefd, zal er misschien eerder aan toekomen zich te verootmoedigen dan iemand, die altijd nogal zogenaamd braaf en godsdienstig heeft geleefd. Maar deze laatste moet zich minstens evenzeer verootmoedigen als de ander. Immers hij had een Bijbel en had dus beter kunnen weten.
Vele mensen zijn wél bereid voor God te werken, hun tijd, hun geld te geven, want dit is allemaal mogelijk zonder dat onze hoogmoed wordt aangetast. Integendeel, deze dingen kunnen onze hoogmoed zelfs danig strelen. Ze geven ons het gevoel zelf iets waard te zijn, zelf iets te presteren. Maar praat eens met de mensen over verootmoediging en bekering en zie hoe de reactie dan is!
3. Het gebed als schuldbelijdenis
Wat de Franse admiraal na de handdruk met Nelson heeft besproken, vermeldt de geschiedenis niet. Wel vermeldt de geschiedenis wat de verloren zoon heeft gezegd toen hij uit het verre land verpauperd en ellendig terugkeerde. Hij zei – of probeerde te zeggen: Vader, ik heb gezondigd...
Terwijl verootmoediging een innerlijke houding tegenover de Heer voorstelt, is belijdenis van zonde en schuld het concreet aan Hem vertellen wat wij hebben misdaan.
Het is natuurlijk erg gemakkelijk om heel ootmoedig te zeggen: Wij zijn allemaal zondaren. Het is ook niet moeilijk om tijdens een gemeenschappelijke schuldbelijdenis te zeggen: Wij hebben gezondigd in gedachten, woorden en daden. Het is echter heel wat moeilijker om tegen God en mensen concreet te belijden wat wij persoonlijk hebben misdaan en de dingen werkelijk bij de naam te noemen.
We hebben een bekende tekst in:
1 Johannes 1:9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
Nu is zonde belijden iets dat vanzelfsprekend hoort bij onze bekering, maar niet alleen daarbij! Ook na onze bekering blijkt zonde belijden nog zeer dikwijls nodig te zijn. Toch is er een verschil. Wanneer iemand voor de eerste keer tot God komt, wanneer hij tot bekering komt, dan capituleert hij en belijdt hij ootmoedig zijn zonden aan ... ja, aan wie? Aan God natuurlijk! Ja, maar wie is God op dat moment voor hem? Zijn hemelse Vader? Nee, God is zijn Schepper. Pas als hij gecapituleerd heeft en Jezus persoonlijk als zijn Heer en Heiland heeft aanvaard, wordt hij een kind van God en wordt God zijn hemelse Vader. De eerste keer komt hij tot zijn Schepper, de tweede, de derde, de vierde keer en vervolgens, komt hij met zijn zonde belijden niet zozeer tot God als zijn Schepper, maar tot God als zijn hemelse Vader. Er is een volkomen nieuwe relatie ontstaan. In het vorige hoofdstuk hebben we dit reeds genoemd.
We zullen in dit leven nooit een punt bereiken, dat er niets meer te belijden valt. De schuldbelijdenis blijft een belangrijke plaats innemen in ons gebedsleven. Het maakt echter een enorm groot verschil, dat we niet slechts komen tot God als Schepper of als de grote Directeur van het heelal, maar als een kind, een ondeugend kind misschien, tot zijn Vader.
Gelukkig hoeven we dan ook niet - zoals veel voorkomt - voortdurend gebukt te gaan onder schuldbesef. Als we in het licht wandelen zien we onze zonden terdege, we belijden ze ook, maar dat licht brengt tevens blijdschap mee en zo is er blijdschap in ons hart en niet een voortdurende knaging van zelfverwijten. Als we onze zonden hebben beleden en Christus hebben aangenomen, dan moeten we ook durven aanvaarden dat God meent wat Hij zegt en dat Hij ons dan om Christus’ wil de schuld heeft vergeven!
Sommigen schijnen te denken dat een voortdurend piekeren over je zonden een teken is van grote vroomheid. Het tegendeel is waar! Het is een minachting van de waarde en betekenis van het offer van Christus!
Samenvattend
Als we er een begin mee willen maken tot God te bidden of als we al vaak gebeden hebben maar zonder een waarachtige bekering, dan horen deze drie bij elkaar:
1) Capitulatie en dus overgave aan de Heer
2) Een houding van verootmoediging
3) Een oprechte belijdenis van schuld
Zullen we er nog één ding bij noemen?
4) Een hartelijke dank aan de Heer voor Zijn vergeving en voor het wonder van de nieuw ontstane relatie, het wonder van: En nu ben ik een kind van God – echt een kind van God!
Nog enkele aantekeningen en teksten
Moeten we eigenlijk nog wel over bekering praten?
Een bekende predikant vertelde eens, hoe een van zijn collega’s tegen hem zei: Zeg Piet, jij praat toch zeker ook niet meer over bekering?!
Gelukkig deed Piet dit wel. Maar het typeert de moderne tendens. Men gaat veelal uit van het standpunt dat men mensen in hun eigen waarde moet laten en dat je ze alleen maar afstoot van het geloof als je over zonde en bekering rept. Men laat de mensen liever verloren gaan dan dat men ze beledigt. En het praatje: de tijden veranderen, is in dit geval wel een zeer doorzichtig smoesje!
Niemand kan ontkennen, dat er in de eerste christengemeente, in de tijd van de Handelingen der apostelen enorm veel meer mensen tot het geloof kwamen dan we tegenwoordig in het algemeen zien gebeuren. Maar men predikte toen dan ook veel radicaler de bekering van de zonde tot God.
Hier volgen enkele teksten uit het boek Handelingen
Handelingen 2:37,38 Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: bekeert u ...
Handelingen 3:19 Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden ...
Handelingen 5:30,31 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht; Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken.
Handelingen 8:22 Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Here, of deze toeleg van uw hart u moge vergeven worden ...
Handelingen 11:18 Zo heeft God dan ook de heidenen de bekering ten leven geschonken
Handelingen 13:23,24 .... heeft God naar de belofte voor Israël de Heiland Jezus doen komen, nadat Johannes eerst, vóór zijn optreden, aan het gehele volk Israël een doop van bekering gepredikt had.
Handelingen 17:30 God dan verkondigt ... heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen ...
Handelingen 19:4 Johannes doopte een doop van bekering en zei tot het volk, dat zij geloven moesten in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus.
Handelingen 20:18-21 Gij weet ... hoe ik niets nagelaten heb van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuis, Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus.
Handelingen 26:20 ...ik heb eerst hun, die te Damascus waren, en te Jeruzalem en in het gehele Joodse land en de heidenen verkondigd, dat zij met berouw zich zouden bekeren tot God en werken doen, met hun berouw in overeenstemming.
Kennelijk wond men er in die tijd geen doekjes om!
Zachte heelmeesters ...!
In een gesprek met één van de bekendste kerkelijke leiders in Nederland, een gesprek over geestelijke opleving, zeiden we: Als nu een dozijn predikanten in Nederland een jaar lang het gewone gepreek zouden laten en in plaats daarvan als een laaiend vuur door Nederland zouden gaan met de boodschap van bekering, zou er dan niet veel kunnen gebeuren? Zijn antwoord was: Als er maar één was! We laten deze uitspraak voor zijn verantwoording.
- - - - -
Vraag
Maar moeten we ons niet dagelijks bekeren?
Dat is één van die halve waarheden, die erger is dan de hele leugen. De mensen die dat zeggen, doen het meestal helemaal niet!
Een halve waarheid? Ja, want er is naast de eenmalige bekering inderdaad ook zoiets als de dagelijkse bekering. Bij die eerste bekering, zoals we hebben gezien, ontstaat er een nieuwe relatie met God. Dit hoeft maart één keer te gebeuren. Dat is wanneer de Schepper onze Hemelse Vader wordt. Maar daarna moet er dikwijls iets aan de Hemelse Vader worden beleden. Dat betekent echter niet dat de relatie elke keer opnieuw tot stand gebracht moet worden. Nee, na die eenmalige bekering blijft die relatie bestaan, zoals een kind dat iets verkeerds doet toch een kind van zijn vader blijft. Het contact, de gemeenschap, kan daarentegen wél tijdelijk verloren gaan. Wat wij ‘de dagelijkse bekering’ noemen, het belijden van schuld aan onze Hemelse Vader, is om de blijde open gemeenschap met de Vader te mogen behouden.
Zonder een eenmalige bekering kan er van een dagelijkse bekering geen sprake zijn. Laat niemand dan de noodzaak van een dagelijkse bekering gebruiken als een smoesje om te ontkomen aan een radicale eenmalige bekering!
Een sprekend voorbeeld van zonde belijden zonder echte verootmoediging vinden we in de houding van Saul, waar hij zegt:
1 Samuël 15:30 Ik heb gezondigd; bewijs mij nu toch eer in tegenwoordigheid van de oudsten van mijn volk en van Israël!
Onder druk geplaatst wilde Saul nog wel toegeven dat hij gezondigd had, maar in één adem voegt hij er toe: ... bewijs mij toch eer ... Hoe volslagen anders is de houding van David in:
Psalm 51:19 De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.
- - - -
Een tekst waarin alle drie begrippen voorkomen:
- een vreemde zijn van God
- een vijand zijn van God
- verzoend zijn met God
is aangeven in Colossenzen 1:21, waar staat:
Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend ...
Romeinen 5:10 vertelt dat: ... wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons ...!
HOOFDSTUK 3
4. Het gebed als bede om hulp
Waarom bid je toch? werd eens aan een christen gevraagd.
Omdat God gebed verhoort, was het antwoord.
Ja, dat is wel leuk gezegd, zal iemand denken, maar ik merk er niets van!
Er zijn inderdaad vele mensen, die gebeden hebben en die zelfs geworsteld hebben in het gebed, toch is er niets gebeurd.
Tja, wat moeten we daarmee aan? De Bijbel belooft herhaaldelijk en uitdrukkelijk dat God gebed verhoort. Als er echter in de praktijk niets van blijkt, wat dan?
Maar wist u dat de Bijbel ook wel eens belooft, dat God niet zal verhoren? Zullen we eens een drietal redenen noemen waarom God gebed niet verhoort? Of zullen we het liever positief stellen? Goed, laten we het dan hebben over drie redenen waarom God wél verhoort. Dan ontdekken we vanzelf waarom Hij het in bepaalde gevallen niet doet!
Deze punten zijn de volgende:
1) Hoe God gebed verhoort wanneer wij Zijn kind zijn
2) Hoe God gebed verhoort wanneer wij Zijn tempel zijn
3) Hoe God gebed verhoort wanneer wij Zijn soldaat zijn
Einstein en een geestelijke, bij name Faulhaber, voerden eens ongeveer het volgende gesprek. Einstein zei: Ik waardeer de godsdienst, maar ik geloof in de mathematica. Ongetwijfeld is het bij u net andersom!
U vergist zich, antwoordde Faulhaber: godsdienst en wiskunde zijn voor mij slechts twee verschillende wegen, waarin de Goddelijke nauwkeurigheid tot uitdrukking komt!
Einstein was verbaasd. Maar, vroeg hij, als sommige wiskundige conclusies nu eens zouden blijken in strijd te zijn met die van de godsdienst?
Ik sla de wiskunde zó hoog aan, zei Faulhaber, dat ik verwacht dat u, professor, in zo’n geval niet zou rusten vóórdat u de fout in de berekening had opgespoord!
Zo ook wanneer onze ervaringen in verband met het gebed niet kloppen met Gods beloften, is er slecht één verstandig ding dat we kunnen doen en dat is: nagaan waar we een fout hebben gemaakt.
We willen het dan hebben over:
1. Hoe God een gebed verhoort wanneer we Zijn kind zijn
Jezus heeft gezegd in
Mattheüs 7:7-11 Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
En om dit nog eens te onderstrepen voegt Hij er aan toe:
Want een ieder die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
En alsof dat nog niet voldoende is, komt er dadelijk achteraan:
Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om een brood vraagt, hem een steen geven? Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem die daarom bidden.
Ja, maar als we nu bidden en zoeken en kloppen en er gebeurt toch alsmaar niets, wat dan?
Kijk eens goed wat er staat: ... hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen ... Aha: uw Vader. Deze woorden: Bidt en u zal gegeven worden zijn dus niet gesproken tegen iedereen in het algemeen, maar tegen hen, die de kind – Vader relatie kennen met de Heer. Wanneer ons gebed niet wordt verhoord, moet de allereerste vraag wel zijn: Ben ik werkelijk een kind van God?
Let wel, we mogen niet zeggen: Mijn gebed wordt niet verhoord, dus zal ik wel geen kind van God zijn. Er kan zeer wel een heel andere reden zijn. Maar we moeten wel beginnen met dit eerst zeker te weten! Deze persoonlijke relatie is de allereerste voorwaarde voor het verkrijgen van gebedsverhoringen.
Dan willen we het hebben over:
2. Hoe God gebed verhoort wanneer we Zijn tempel zijn
Wanneer wij God iets vragen voor onszelf, om een concreet voorbeeld te noemen: wanneer we ziek zijn en we vragen de Heer om ons beter te maken, dan doen we dit omdat het in ons eigen belang is.
Dat is nogal wiedes, zal iemand zeggen. Wie zou niet gezond willen worden? Natuurlijk is dat in ons eigen belang!
Ja, wacht nu eens even. Veronderstel nu eens dat je wist dat God nog meer belang had bij je gezondheid dan jijzelf, zou je dan niet met veel meer vrijmoedigheid en meer geloof voor je genezing kunnen bidden??
Uiteraard. En nu legt de Bijbel er de nadruk op dat wij een tempel zijn van God, een tempel van de Heilige Geest. Vanzelfsprekend alleen wanneer wij wedergeboren zijn en de Heilige Geest hebben ontvangen. Paulus stelt het als volgt: ... Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont ...
Nu is het gewoonlijk zó dat als wij hieraan denken, we alleen of althans in de eerste plaats denken aan ons eigen belang. Het is immers een geweldig iets dat de Heilige Geest in ons woont! Dat is toch een enorme zegen!
Ja, inderdaad, dat is volkomen waar. Maar dat is niet het belangrijkste! Het belangrijkste is, dat wij een tempel zijn voor de Heer en dat Hij er enorm veel meer belang bij heeft! In diezelfde passage staat trouwens: dat gij niet van uzelf zijt, want gij zijt gekocht en betaald.
Dit is een van de allerbelangrijkste ontdekkingen in heel ons geestelijk leven: de ontdekking dat wij Zijn eigendom zijn, dat Hij echt belang in ons stelt, dat Hij echt iets aan ons heeft; dat wij waardevol zijn voor Hem. Ja, dat Hij nog meer belang bij ons heeft dan wijzelf!
Stel je voor dat je bidt: O Heer, ik ben zo ziek en ik wil zo graag beter worden, wilt u mij alstublieft genezen? Wat spookt er dan achter in onze gedachten? Is het niet dit: Zou de Heer het wel voor me willen doen? Zou het wel Zijn wil zijn, dat ik beter wordt? Zou het Hem eigenlijk wel veel kunnen schelen? En voortdurend staat dan zo je eigen belang in het middelpunt. Maar als je echt beseft, dat je lichaam een tempel is van God, dan bid je heel anders, dan bid je bijvoorbeeld zo: Vader dit is uw tempel, die U Zelf tegen een dure prijs hebt gekocht. U hebt er nog veel meer belang bij dan ikzelf en u weet wat er aan mankeert. Als ik in dit leven nog een opdracht voor u moet vervullen, grijp dan in en maak het mogelijk. Doet U dat, wat het allermeest in Uw belang is!
En betekent dit nu dat iedereen op stel en sprong genezen wordt?
Dat zullen we niet beweren. Het is inderdaad vaak zo gebeurd en het kan weer gebeuren. Eén ding is echter wel zeker: zo lang God nog een plan met ons heeft, zolang we nog een taak te vervullen hebben, kan ons niets overkomen, waardoor het onmogelijk wordt, tenminste zo lang we blijven in de wil van God.
Wanneer wij Gods zaak maken tot onze zaak, dan maakt de Heer onze zaak tot de Zijne. Als wij doen wat staat in Romeinen 12:1 en onze lichamen stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer, dan zal de Heer ons het allerbeste schenken. Hij stelt zeer veel belang in Zijn tempel!
In het volgende punt komt eigenlijk dezelfde gedachte naar voren en dat punt is:
3. Hoe God gebed verhoort, wanneer wij Zijn soldaat zijn
Een soldaat gaat naar het front en heeft daarvoor uiteraard zijn uitrusting, zijn kleding en foerage nodig. Kunt u zich dan voorstellen dat hij er voortdurend over loopt te piekeren of zijn regering wel bereid is hem van deze dingen te voorzien?
Natuurlijk niet. Hij wordt door zijn regering gezonden en het is helemaal in het belang van die regering, dat die voor alles zorgt.
Precies! En zo is het ook geestelijk! Wij worden christen door Jezus als Heer en Heiland van ons leven te aanvaarden en daarmee worden wij ook onderdanen van het Koninkrijk Gods. Dit Koninkrijk is echter in oorlog met de machten der hel. Iedereen die tot dit Koninkrijk toetreedt of beter gezegd: in het Koninkrijk geboren wordt, heeft met deze strijd te maken. In het Koninkrijk Gods is er dienstplicht voor iedereen! Op het natuurlijke vlak heeft het woord dienstplicht voor velen een onaangename klank. In het Koninkrijk Gods echter is het een heerlijk voorrecht om te mogen staan in de dienst van de machtigste Koning van het ganse heelal! En iedereen die werkelijk in dienst staat van de Heer, op welke manier dan ook, heeft recht - door genade verkregen!!! - op alles wat hij nodig heeft om een goed soldaat van Christus Jezus te zijn.
Maar wat als hij deserteert?
Er zijn zeer vele christenen die in wezen niet anders zijn dan deserteurs. Onnodig te zeggen dat die geen enkele aanspraak kunnen maken op hulp van de Goddelijke legerleiding. Het is tragisch om het te zeggen, maar het schijnt dat het deserteur zijn meer regel is dan uitzondering.
In een aards leger in oorlogstijd wordt een deserteur die gepakt wordt tegen de muur gezet. Voor een geestelijke deserteur echter is er genade, wanneer hij terugkeert tot zijn Koning en zich opnieuw in Zijn dienst stelt!
Wat zijn we toch grenzeloos bevoorrecht! We mogen gebedsverhoringen verwachten als kinderen van God, we mogen gebedsverhoringen verwachten als een tempel van de Heilige Geest en we mogen gebedsverhoringen verwachten als een goed soldaat van Christus Jezus. Ja, en nog veel meer. Hij die zulke verbijsterende voorrechten van de hand wijst, moet toch wel volslagen idioot zijn.
Moge de Heer onze ogen steeds meer openen voor de enorme rijkdom van het christen zijn en voor de ontzaglijke mogelijkheden van het gebed!
Teksten over het gebed in het Oude Testament
Uiteraard staat er in de Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, zeer veel over het gebed. We geven hier enkele passages uit het Oude Testament en wel alleen uit het eerst Bijbelboek: Genesis.
Wat wel eens beschouwd wordt als het eerste gebed in de Bijbel, vinden we in: Genesis 15. God zegt tot Abram:
Genesis 15:1,2 ... Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn. En Abram zei: Here HERE, wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga ...?
Abram en Saraï waren kinderloos en de Heer had hun reeds drie keer beloofd kinderen te zullen schenken. Maar de jaren verstreken en er kwam geen kind. Het was dus net, alsof de Heer Zijn belofte niet waar maakte. En nu komt Hij weer met nieuwe beloften, in plaats van de oude in vervulling te doen gaan. Was het een wonder dat Abram zo losbarstte? En merken we wat hij zegt? Wat zult Gij mij geven ...? Op dit moment staat in Abrams denken kennelijk zijn eigen belang geheel in het middelpunt. Het ging er om wat Hij van God zou ontvangen. Voor het feit dat van de vervulling van Gods belofte héél Gods heilsplan afhing, had hij nog geen oog. Dat God er veel en veel meer belang bij had om hem een zoon te geven dan dat hij er belang bij had een zoon te ontvangen, zag hij helemaal niet in.
Wat wordt ons bidden toch anders, wanneer wij deze dingen wél gaan begrijpen en we in ons gebed éérst Zijn Koninkrijk zoeken!
In Genesis 17 vinden we nog een gebed van Abraham. Nadat Ismaël geboren is, zegt God tegen hem:
Genesis 17:2 Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.
Dan gaat de Heer verder door te zeggen, dat Sara een zoon zal hebben. Dit is voor Abraham echter al te gek – hij en Sara zijn al zo oud – en hij bidt:
Genesis 17:18 Och, mocht Ismaël voor uw aangezicht leven!
En hoe is dit gebed verhoord? Uit Ismaël zijn de Arabieren voortgekomen. Tot op de huidige dag en misschien wel als nooit te voren heeft Israël last van de verhoring van Abrahams gebed.
Een mooier gebed van Abraham vinden we in Genesis 18, waar hij tot zes keer toe pleit voor het behoud van Sodom. Nu bidt hij niet langer voor zichzelf doch voor anderen. Later zullen we het over voorbede hebben.
Nog een mooi gebed vinden we in Genesis 24, waar Abrahams knecht bij het zoeken van een bruid voor Isaäk bidt:
Genesis 24:12 Here, God van mijn heer Abraham, laat mij toch heden slagen en bewijs genade aan mijn heer Abraham.
Hier bidt deze knecht wél dat hij voorspoed zal hebben, maar niet in zijn eigen belang. Het gaat om het belang van een ander ? een ander die God liefheeft. In zo’n geval kan men ook met veel meer vrijmoedigheid vragen.
Een volgend gebed vinden we in Genesis 32. Jakob vlucht voor Laban en keert naar huis terug. Dan doet zich het probleem met Esau voor. Jakob heeft het erg benauwd en bidt, na een flinke aanloop, het volgende:
Genesis 32:11 Red mij toch uit de hand van mijn broeder, uit de hand van Esau, want ik ben bevreesd voor hem: misschien zal hij komen en mij verslaan ...
Ook hier merken we dat Jakob alleen maar aan zichzelf denkt en helemaal vergeten is dat God hem eens beloofd heeft:
Genesis 28:14,15 ... met u en uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden ... en Ik zal u behoeden, overal waar gij gaat ... Ik zal u niet verlaten ... .
Hij heeft er in het geheel geen oog voor, dat God héél Zijn groot en heerlijk heilsplan via hem doorgang zou doen vinden. En in plaats van – na zijn gebed – alles van de Heer te verwachten, gaat Jakob druk aan het werk om zelf alles te organiseren. Hij stuurt Esau een geschenk, en zelfs nadat hij in de nacht bij Pniël met God heeft geworsteld, gaat hij de volgende morgen druk aan de gang om alles zó te organiseren dat tenminste een deel van zijn vrouwen en kinderen zullen ontkomen als Esau mocht toeslaan.
Teksten over het gebed in het Nieuwe Testament
Het kan een zegen zijn om alleen maar een aantal teksten uit Gods Woord achter elkaar te lezen. We geven er hier een aantal. Laten we er echter steeds bij bedenken, dat in de meeste gevallen deze woorden tot volgelingen van Jezus zijn gericht.
Mattheüs 6:6 ... gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Mattheüs 21:22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.
Mattheüs 26:41 Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Johannes 14:13,14 ... en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.
Johannes 15:7 Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.
Johannes 15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.
Johannes 16:23,24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam. Tot noch toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
Johannes 16:26,27 Te dien dage zult gij in mijn naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief ...
Jacobus 5:16–18 Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt. Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.
1 Johannes 3:21,22 Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij Zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor Zijn aangezicht.
1 Johannes 5:14,15 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.
Openbaring 5:8 En toen het (Lam) de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen.
Openbaring 8:3,4 En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk, mét de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op.
...wordt vervolgd!