
Bijbelstudies
- 10 Redenen waarom wij bidden...
- De tijdperken en gebeurtenissen ...
- Een koningin gezocht
- 10 Redenen waarom God mens werd...
- Een allernieuwst testament...
- De betekenis van kerstmis...
- Het Wonder Van Het Pinkstergebeu...
- Het Wonder Van Het Pinkstergebeu...
- Verkondigt alle landen
- Leven uit de rechtvaardigmaking...
- Leviticus
- Een vreemd antwoord
- Is dat nu een God van liefde...
- MATTHEUS
- JOHANNES 3:16
- De feesten des HEREN
- Goddelijke geheimen uit Galaten...
- De gouden keten
- Getuige worden van Zijn opstandi...
- Pasen - en dan
- Hij is het
- Consequenties van het grote kers...
- Flakkerende kaarsjes of een vlam...
- KERSTFEEST - maar nu eens een ke...
- Is het geen waanzin om te zingen...
- Kerstfeest: Oorlogfeest! (1968)...
- ADVENT - In het licht van het ni...
- Voor die engelen was het maar ge...
- ADVENT - En het geheim van een a...
- Opwekkingen in de bijbel Hizkia...
- Ezra - opwekkingen in de bijbel...
- Hemelvaart - Het machtige feest ...
- Pinksteren en de gemeenschap van...
- Pinksteren en de gemeenschap van...
- Redding of Roeping
- Hemelvaart - De grootste der chr...
- Hemelvaart - Christus leeft in m...
- Hemelvaart - Een mens op Gods Tr...
- Hemelvaart - De verheerlijkte He...
- De Beker
- De Tabernakel
- De toekomst begint vandaag!...
- Judas en ik...
- Mozes een teleurgesteld man...
- Kerstfeest en onze frustraties!...
- Het geloof van Herodes!...

Bijbelstudie: Goddelijke geheimen uit Galaten
(Voorbereiding voor een Bijbelstudieweekend)
Wat was die man kwaad! Paulus bedoelen we! Nog nooit van zijn leven had hij zo'n boze brief geschreven! Zelden of nooit had hij zo in de vechthouding gestaan. Maar er was dan ook alle aanleiding toe!
Dat hij kwaad geweest zou zijn toen hij destijds aan die Corinthiërs moest schrijven, hadden we ons in kunnen denken. Er was daar in Corinthe ook zoveel narigheid aan de hand: ze verloren hun oecumenisch besef, ze kelderden helemaal, ze stuurden elkaar dagvaardingen en nog veel meer van dat fraais. Maar toch was Paulus toen lang niet zo boos geweest als nu bij het schrijven van deze brief aan die gemeente in Galatië. Hij gebruikt wel heel krasse taal, enkele keren heeft hij het zelfs over vervloekt.
Wat daar dan wel aan de hand kon zijn? Hij schrijft:
Galaten 1:7
Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.
Tjonge, hadden de Jehova's getuigen of de mormonen soms kans gezien daar in de gemeente binnen te dringen? Maar nee, daar had men toen nog geen last van, dus dat kon het niet zijn. Maar wat was het dan wel?
Wacht even, daar krijgen we al een beetje meer licht in de zaak. In Galaten 2:4 heeft hij het over valse broeders die in Jeruzalem waren binnengeslopen. Dat soort mensen was nu ook in Galatië binnengedrongen! Dat was het dus, valse broeders.
Ze schenen werkelijk erg veel onheil te hebben gesticht. In hoofdstuk 3:1 schrijft hij: O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd ... Dat is nogal een krasse uitdrukking. Toch is er helemaal nergens sprake van dat zij hun geloof overboord hadden gegooid, er is nergens sprake van dat zij een andere godsdienst hadden aangenomen, er is nergens sprake van dat zij Christus vaarwel hadden gezegd. En desondanks was Paulus woedend! Nogmaals, wat kan er aan de hand zijn?
Misschien kunnen we trachten het in het kort samen te vatten.
Nu dan ... ja, en als we het vertellen dan zeg je: Was dat alles? In elk geval was de grote Paulus er ziedend om geworden. Het was dit: die valse broeders hadden de Galaten verteld dat ze dít moesten doen en dát moesten doen, ze moesten zich laten besnijden, ze moesten de wet houden en nog veel meer. Dat zegt ons tegenwoordig waarschijnlijk niets. Laten we het dan zo stellen: in onze tijd zouden die mensen hebben gezegd dat we ons moesten laten dopen, dat we veel stille tijd moesten houden, dat we veel in de Bijbel moesten lezen, dat we veel moesten bidden, dat we veel moesten getuigen, dat we veel voor de Heer moesten werken en ga zo maar door.
Maar is dat dan niet allemaal volkomen waar? Daar kan toch geen enkel bezwaar tegen zijn? Eerder het tegendeel, zul je zeggen. Dat zijn toch allemaal goede dingen, heel goede dingen zelfs. Wat zouden we zonder dat alles beginnen? Toegegeven, maar ... maar ... maar ... ja, het lijkt hoe langer hoe geheimzinniger te worden, maar ... met dat alles kun je de duivel volkomen in de kaart spelen! Hoe, vraag je, kun je nu ooit de duivel in de kaart spelen door mensen te vertellen dat ze hun Bijbel moeten lezen, dat ze moeten bidden en al zulke dingen meer?! De Bijbel leert ons dat toch allemaal? Ja, en toch kan het. Zullen we het nu maar vertellen? Je kunt het zó verwachten van je Bijbellezen, van je gebed, van je getuigen, van je werken voor de Heer, dat je de Heer Zelf helemaal uit het oog verliest! Het is o zo gemakkelijk om alles van die dingen te verwachten in plaats van de Heer Zelf. En dan ben je helemaal in eigen kracht bezig. Dat was nu precies wat die Galaten deden. Ze verwachtten het van hun eigen werken der wet, meer dan van Jezus. Ze wilden Jezus niet verloochenen, helemaal niet, maar ze legden zo sterk de nadruk op wat zij moesten doen, dat Jezus en Zijn werk erdoor in de schaduw kwamen te staan.
Paulus daarentegen had één machtig, groot, heerlijk geheim in zijn leven. Het was dat hij een wonderbare visie had gekregen op de Persoon van de Here Jezus Christus. Hij had zijn Heiland ontzaglijk lief, hij was vol van de Here Jezus, zijn hele leven werd door de Here Jezus beheerst. Hij had zijn Heiland zó lief dat hij dolgraag over Hem las in de Bijbel. Zijn hart ging zo naar zijn Heiland uit dat hij niets liever deed dan met Hem praten in het gebed. Jezus was zó alles voor hem dat stille tijd houden zijn grootste lust was. Hij was zó vol van Hem dat hij wel van Hem moest getuigen. Jezus was zo groot voor hem dat hij voor Hem wilde werken, waar hij maar kon. Hij deed dat alles echter niet om zich daardoor tot Jezus op te werken, hij deed het omdat Jezus in zijn hart was neergedaald. Hij begon niet vanuit zichzelf, hij begon vanuit Jezus.
Inderdaad. En voor hem, Paulus, was Jezus zó alles en alles geworden dat als er predikers kwamen die het over zoveel andere dingen hadden - héél goede natuurlijk - maar Jezus Zelf daardoor in de schaduw stelden, hij over alle grenzen heen woedend werd met een heilige woede!
O Paulus, Paulus, wat zijn we blij dat je tegenwoordig niet op aarde bent! Want als je nu uit je graf zou opstaan en je zou de christenen van tegenwoordig meemaken ...
~ ~ ~
Als we zouden trachten de inhoud van de Galaten brief in een notendop samen te vatten, wat natuurlijk niet kan, dan zouden we de zaak als volgt stellen. De Galaten spanden het paard achter de wagen: zij begonnen vanuit al die dingen die je doen moet om dichter tot de Heer te komen. Ze begonnen vanuit zichzelf, vanuit hun eigen pogingen. En Paulus, met zijn geweldige visie op de onnaspeurlijke rijkdom van Christus, zag in dat je niet beginnen moet vanuit wat je zelf doet en laat, niet vanuit je eigen pogingen, maar van de Heer uit. Paulus was altijd bezig om te vertellen wie Jezus was, wat Hij voor ons gedaan had, nog altijd deed en in de toekomst doen zou. Paulus wist, uit eigen ervaring dat als iemands hart maar vol is van Jezus, al het andere vanzelf komt. Hij wist dat als Christus in Zijn oneindige kracht in iemand leeft en zijn hart vervult, alle andere dingen moeten wijken. Probeer eens de zon - 1.250.000 maal zo groot als onze aarde - in een doofpot te stoppen! Ja, maar wie Jezus in het hart heeft, heeft in zich de Schepper van die zon en van al die miljarden van miljarden andere zonnen die wij sterren noemen erbij!
Is het een wonder dat Paulus bijna razend was toen hij hoorde dat ze daar in Galatië bezig waren zijn Heiland achteruit te zetten? En nog wel met vrome dingen! Hij wist maar al te goed - hoe dikwijls had hij het niet zien gebeuren - dat als gelovige mensen meer aandacht gingen wijden aan hun godsdienstige plichten dan aan God, meer aan het christendom dan aan Christus, meer aan de leer dan aan het leven, dat alles dan scheef ging en dat die mensen weer onder het slavenjuk kwamen. Hij zegt dan ook:
Galaten 5:1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrij gemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen.
De narigheid met die Corinthiërs toen was akelig genoeg geweest en Paulus heeft ze behoorlijk de les gelezen. Maar op hen was hij lang niet zo boos geweest omdat al die zonden daar lang niet zo gevaarlijk waren. Hij wist wel dat ze toe zouden geven dat die partijzucht, die verdeeldheid, die ruzies, die hoererij en alles meer, zonde was.
De grote moeilijkheid met de Galaten echter was dat ze allemaal vrome dingen deden, dingen om God te dienen. En als de duivel zich vroom aankleedt is hij oneindig veel gevaarlijker dan wanneer hij zich in een goor pakje aandient.
Wat zijn we blij dat Paulus zo kwaad is geweest! Anders hadden we nooit die prachtige Galaten brief gehad waarin hij zó zijn overvol hart uitstort over de grootheid en heerlijkheid van onze Here Jezus.
(En dan hadden we ook niet dit machtige onderwerp gehad voor het weekend van 23/24 januari 1965)
Sidney S. Wilson
« vorige bijbelstudie — volgende bijbelstudie »